Tips voor het slim inpakken van je backpack

Weken of maanden reizen met alleen een backpack klinkt avontuurlijk, maar begint met een paar slimme keuzes. Wat je thuislaat is net zo belangrijk als wat je meeneemt. Met een handige indeling en de juiste basics wordt je rugzak geen ballast, maar gewoon je compacte huis op je rug.

De basis van je inpaklijst is voor bijna elke bestemming hetzelfde. Per land, seizoen en type reis voeg je daar wat extra’s aan toe, zoals warme laagjes voor Patagonië of bedekkende kleding in Jordanië. Als je dat principe eenmaal snapt, wordt inpakken een stuk rustiger en overzichtelijker.

De juiste maat backpack kiezen

Voor de meeste backpackreizen heb je geen gigantische tas nodig. Als je niet gaat kamperen, is 55 tot 65 liter voor de meeste mensen echt genoeg, of je nu vier weken door Vietnam reist of een half jaar door Midden-Amerika trekt. Alles daarboven nodigt uit om onnodige spullen mee te nemen die je uiteindelijk alleen maar meesjouwt.

De eerste keer dat je gaat backpacken neem je bijna altijd te veel mee. Ik heb zelf ook met een veel te zware tas door Bangkok gesjouwd, met stapels kleding die ik nooit heb aangetrokken. Pas als je een paar keer met een rugzak door steden als Medellín of Chiang Mai hebt gelopen, merk je hoe fijn het is als je tas licht en compact blijft.

Wanneer is 55 tot 65 liter genoeg?

Voor een standaard backpackroute door bijvoorbeeld Thailand, Colombia of Zuid-Afrika is een tas van 55 tot 65 liter ruim voldoende. Je krijgt er makkelijk kleding voor een week, toiletspullen, een extra paar schoenen, een lichte trui, een lakenzak en een regenjas in. Het gaat vooral om hoe slim je inpakt, niet om het aantal liters op het label.

Maak je langere trekkingen, zoals de Salkantay trek bij Cusco of een meerdaagse tocht in de Annapurna-regio vanuit Pokhara, dan heb je tijdelijk wat extra ruimte nodig voor warme kleding en snacks. In veel hostels in Peru of Nepal kun je een deel van je spullen veilig achterlaten in een opslagruimte. Zo hoef je nog steeds niet met een enorme backpack te reizen, maar neem je voor de trekking alleen mee wat je echt nodig hebt.

Let hierop bij het passen van een backpack

De inhoud in liters zegt weinig over hoe een tas op je rug voelt. In een buitensportwinkel kun je een backpack laten afstellen op je ruglengte. Let daarbij op een paar dingen:

  • of de heupband echt op je heupbotten rust en niet in je taille snijdt
  • of de schouderbanden niet in je schouders drukken als de tas gevuld is
  • of er een goed rugpand met ventilatie zit, handig in warme landen zoals Indonesië of Mexico
  • of de tas verstelbaar is, zodat je hem kunt aanpassen als je meer of minder gewicht draagt

Een veelgemaakte fout is een tas kiezen omdat hij er stoer uitziet of flink is afgeprijsd. Kies altijd voor comfort boven uiterlijk. Na drie uur in een hobbelige bus in Guatemala of op een veerboot naar Nusa Penida voel je precies of je heupband goed zit of niet.

Probeer in de winkel ook echt met gewicht in de tas te lopen. Vraag of ze de backpack kunnen vullen met zandzakken en loop een paar rondjes, liefst ook een trap op en af. Als hij dan al niet lekker zit, wordt het onderweg alleen maar vervelender.

De basis van je backpack: wat echt onmisbaar is

Naast paspoort, bankpas, telefoon en een goede reisverzekering zijn er een paar dingen die je reis zóveel makkelijker maken. Dat zijn vaak juist de spullen die je op je eerste reis vergeet, maar waar je in een hostel in Hanoi of op een nachtbus in Bolivia enorm blij mee bent.

Handige organisatietools

Packing cubes zijn wat mij betreft onmisbaar. Dat zijn lichte zakjes waarin je je kleding sorteert, bijvoorbeeld een cube voor shirts, een voor broeken en een voor ondergoed. In een hostel in Medellín of een homestay in Guatemala hoef je dan niet je hele tas leeg te trekken als je één schoon T-shirt zoekt. Ik rol mijn kleding in de cubes op, dat kreukt minder en je krijgt er meer in.

Een flightbag is een hoes die je om je backpack doet tijdens vluchten of lange busritten. Ideaal als je tas op het dak van een bus in Nicaragua wordt gegooid of in het ruim van een vliegtuig naar Marokko verdwijnt. Bandjes blijven niet haken, de ritsen zijn minder zichtbaar en je tas is beter beschermd tegen regen op een ferry naar de Gili-eilanden.

Comfort en hygiëne onderweg

Een lakenzak is een dun slaapzakje, vaak van katoen of zijde. Handig als je ergens slaapt waar het bed niet heel fris oogt, zoals een goedkoop hostel in Laos of een basic guesthouse in India. Het weegt bijna niets en geeft toch een schoon gevoel. In warme landen gebruik ik mijn lakenzak soms in plaats van een dekbed, bijvoorbeeld in een hostel in Chiang Rai.

Een hamamdoek vervangt je dikke badhanddoek. Die laatste neemt veel ruimte in en droogt traag, zeker in vochtige plekken als Ubud of de Filipijnen. Een hamamdoek is licht, droogt snel en kun je ook gebruiken als strandlaken op Gili Air, als sjaal in een koude bus in Peru of als sarong bij een tempelbezoek in Bali.

Vergeet ook geen oordoppen. In Azië heb je karaoke tot diep in de nacht, in Colombia staat er vaak harde muziek op straat en in slaapzalen is er altijd wel iemand die snurkt. In een nachttrein in Vietnam of in een hostel boven een bar in Lagos ben je met goede oordoppen echt blij.

Veiligheid en kleine praktische dingen

Een klein hangslot met cijferslot is handig voor lockers in hostels in bijvoorbeeld Mexico-Stad of Kaapstad. In veel slaapzalen moet je zelf een slot meenemen. Je kunt hetzelfde slot gebruiken voor je flightbag of om de ritsen van je backpack dicht te maken in drukke bussen in Bolivia of Ecuador.

Daarnaast zijn dit van die simpele maar gouden dingen:

  • een beetje wc-papier of tissues in een plastic zakje in je daypack
  • een klein zaklampje of hoofdlamp voor nachtbussen of hostels met slechte verlichting
  • een opvouwbare tas voor boodschappen of als extra handbagage in Europa

In veel landen in Azië en delen van Afrika hangt er geen wc-papier op openbare toiletten. Op een busstation in Sri Lanka of een markt in Marokko ben je dan heel blij dat je zelf iets bij je hebt. Dit soort kleine dingen kosten weinig ruimte en leveren veel gemak op.

Kleding slim kiezen: één week is genoeg

Kleding is bijna altijd de grootste ruimtevreter in je backpack. Een goede vuistregel: neem kleding mee voor ongeveer één week. Niet meer, ook niet als je drie maanden door Zuid-Amerika reist. Je wast gewoon tussendoor, dat kan echt bijna overal.

In landen als Thailand, Vietnam of Colombia vind je in elke stad wel kleine wasserettes. Voor een paar euro is je was binnen een dag schoon en gevouwen. In Indonesië leverde ik mijn was vaak in bij een familie-wasserijtje om de hoek van mijn guesthouse in Yogyakarta. Werkt prima, maar ga er niet vanuit dat ze je dure zijden jurk of wollen trui met liefde behandelen.

Welke kleding neem je wel en niet mee?

Laat je mooiste en meest gevoelige kleding thuis. In lokale wasserettes wordt er niet altijd gelet op temperatuur of het scheiden van lichte en donkere was. Neem liever stevige, makkelijk wasbare kleding mee, zoals katoenen T-shirts, luchtige broeken en simpele jurken. Denk bijvoorbeeld aan:

  • voor Indonesië: luchtige linnen broeken, T-shirts, een dun vest voor koele avonden in Ubud en eventueel thermokleding en handschoenen als je de Bromo of Ijen op wilt
  • voor Jordanië: lange rokken of wijde broeken, T-shirts met mouwtjes, een luchtige sjaal om je schouders te bedekken in Amman of bij Petra

Een veelgemaakte fout is te veel “voor het geval dat” inpakken. Drie extra jurkjes voor als je uit eten gaat in Bangkok, of vijf sportoutfits terwijl je waarschijnlijk vooral in je gewone kleding gaat hiken in El Chaltén. Wees eerlijk tegen jezelf: hoe vaak ga je dit echt dragen? Leg desnoods alles op bed en haal er bewust één derde weer tussenuit.

Laagjes en combinaties maken

Denk in laagjes in plaats van in dikke truien. In Peru kun je overdag in Arequipa in je T-shirt lopen, maar is het ’s avonds fris. In Namibië is het overdag bloedheet in de woestijn, maar kan het ’s nachts flink afkoelen. Met laagjes kun je makkelijk schakelen zonder dat je zware kleding hoeft mee te nemen.

Handig is om kleding te kiezen die je onderling kunt combineren. Een neutrale korte broek die past bij al je T-shirts, een vest dat zowel op een jurkje als op een wandelbroek kan. Zo voelt het niet alsof je steeds hetzelfde aan hebt, terwijl je tas wel licht blijft. Kies liever voor een paar goede basics dan voor tien losse “leuke” items.

Voor stedentrips tussendoor, zoals een paar dagen Lissabon of Buenos Aires, is het handig om één setje iets nettere kleding mee te nemen. Denk aan een simpele zwarte jurk of een nette blouse die je ook op een spijkerbroek kunt dragen. Meer heb je echt niet nodig.

Toilettas en mini-ehbo: wat echt handig is

Je toilettas hoeft geen complete badkamer te zijn. In veel landen kun je shampoo, douchegel en zonnebrand gewoon ter plekke kopen, bijvoorbeeld in een 7-Eleven in Thailand of een supermarkt in Portugal. Neem vooral kleine verpakkingen mee voor de eerste dagen en vul later aan. Dat scheelt gewicht en gedoe met vloeistoffen op het vliegveld.

Wat ik wél altijd zelf meeneem, zijn een paar medische basisdingen. Niet omdat je overal iets ergs verwacht, maar omdat het gewoon fijn is om niet midden in de nacht op zoek te hoeven naar een apotheek in Hanoi of Cusco.

Handige basics voor in je toilettas

  • pleisters in verschillende maten en een klein rolletje verband
  • ontsmettingsmiddel, zoals betadine of desinfecterende gel
  • pijnstillers die je kent, zoals paracetamol of ibuprofen
  • ORS voor als je in landen als India, Mexico of Vietnam last krijgt van je darmen
  • een kleine thermometer, zodat je weet of je echt koorts hebt
  • een paar diarreeremmers voor noodgevallen op lange busritten

Vergeet ook geen nagelschaartje of nagelknipper. Een gescheurde nagel tijdens een trekking bij Sapa of in de Dolomieten is irritanter dan je denkt. En neem een klein rolletje tape mee. Daarmee plak je een gat in een klamboe dicht in Tanzania, zet je een losse stekker vast in een guesthouse in Laos of plak je een koude airco in een nachttrein in India tijdelijk af.

Medicijnen en lokale apotheken

In grote steden als Bangkok, Lima of Kuala Lumpur vind je goed gevulde apotheken waar je veel kunt kopen. Toch is het fijn om je eigen basis bij je te hebben, zeker als je buiten de grote steden reist. In kleine dorpjes in Guatemala of op eilanden in de Filipijnen is de keuze vaak beperkt.

Let op met grote hoeveelheden medicijnen of spuiten in je tas. In sommige landen, zoals de Verenigde Staten of Australië, kan dat vragen oproepen bij de douane. Heb je dagelijkse medicatie nodig, neem dan een doktersverklaring en het recept mee. Bewaar medicijnen bij voorkeur in de originele verpakking, dan is meteen duidelijk wat het is.

Elektronica en waardevolle spullen

Elektronica maakt je tas snel zwaar en kwetsbaar. Een laptop, camera, drone, powerbank, e-reader: voor je het weet sjouw je een halve elektronicazaak mee. Bedenk per apparaat of je het echt gaat gebruiken. Een laptop is handig als je onderweg werkt, maar voor alleen wat foto’s back-uppen is een telefoon met extra opslag vaak genoeg.

In veel landen heb je een wereldstekker nodig. In Thailand en Vietnam passen Europese stekkers soms wel, soms niet. In de Verenigde Staten, Japan en delen van Zuid-Amerika heb je echt een andere stekker nodig. Een compacte wereldstekker met USB-poorten scheelt weer losse laders en is ideaal in hostels in bijvoorbeeld Porto of Medellín.

Wat neem je mee, wat laat je thuis?

Een e-reader is een fijn alternatief voor papieren boeken. Een roman uitgelezen in een homestay in Laos of aan het strand in Costa Rica? Je downloadt gewoon een nieuwe. Boeken zijn zwaar en nemen veel ruimte in, zeker als je graag leest. Voor reisgidsen kun je vaak ook digitale versies gebruiken, bijvoorbeeld op je telefoon of tablet.

Een kleine bluetoothspeaker kan leuk zijn voor op je kamer in een guesthouse in Costa Rica of tijdens een rustige avond op een balkon in Portugal. Maar: gebruik hem met beleid. In slaapzalen is het gewoon oortjes in en klaar. Alles wat lawaai maakt, is in hostels snel irritant voor anderen.

Neem voor je waardevolle spullen, zoals paspoort, pinpassen, contant geld en telefoon, een kleine daypack of schoudertas mee die je altijd bij je houdt in bussen en treinen. In drukke bussen in Bolivia of op stations in India is het slim om je daypack op schoot of tussen je voeten te houden, niet in het bagagerek boven je hoofd.

Veilig omgaan met waardevolle spullen

Verdeel je belangrijke spullen. Stop niet al je pinpassen, contant geld en kopieën van je paspoort op één plek. Laat bijvoorbeeld een extra pinpas en wat contant geld achter in een kluisje in je accommodatie in Medellín of Chiang Mai. Zo heb je een back-up als er toch iets gebeurt.

Maak ook digitale kopieën van je paspoort, verzekeringspolis en belangrijke telefoonnummers. Mail ze naar jezelf of sla ze op in een beveiligde cloud. Als je ooit je paspoort kwijtraakt in bijvoorbeeld Lima of Bangkok, scheelt dat enorm veel gedoe.

Je backpack compact en overzichtelijk inpakken

Als je het gevoel hebt dat je tas uitpuilt, ligt dat vaak niet alleen aan de hoeveelheid spullen, maar ook aan hoe je inpakt. Met een paar simpele trucjes past er ineens veel meer in en blijft alles overzichtelijk. Je hoeft dan niet elke keer je hele tas leeg te trekken op een hostelbed in Hoi An.

Roltechniek en vacuümzakken

In plaats van je kleding te vouwen, kun je het beter oprollen. Een opgerold T-shirt is compacter en kreukt minder. Ik rol bijvoorbeeld al mijn shirts en leg ze in een packing cube, terwijl ik broeken en truien in een andere cube doe. Zo zie je in één oogopslag wat waar zit, of je nu in een hostel in Lissabon of in een berghut in Slovenië slaapt.

Vacuümzakken kunnen handig zijn als je tijdelijk meer mee moet nemen, bijvoorbeeld een dikke trui en jas voor een trektocht in Patagonië of een wintersportweek in Oostenrijk na je rondreis. Je stopt je kleding in de zak, rolt de lucht eruit en de inhoud wordt een stuk kleiner. Gebruik ze alleen niet voor dingen die je dagelijks nodig hebt, want dan ben je de hele tijd aan het in- en uitpakken.

Logische indeling van je backpack

Probeer je tas in “zones” in te delen, zodat je niet elke keer alles overhoop haalt:

  • onderin: spullen die je minder vaak nodig hebt, zoals een extra paar schoenen of je lakenzak
  • midden: kleding in packing cubes, hamamdoek, toilettas
  • bovenin: regenjas, trui, snacks, kleine tas met belangrijke spullen

In de kleine vakjes aan de buitenkant kun je dingen doen als oordoppen, een zaklampje, wc-papier en je hangslot. Alles wat je onderweg snel nodig kunt hebben, moet zonder graaien bereikbaar zijn. Als je in een nachtbus in Peru ineens je trui nodig hebt, wil je niet je hele backpack hoeven uitpakken in het gangpad.

Een veelgemaakte fout is om alle losse spullen gewoon ergens in de tas te stoppen. Dan ben je in een hostel in Medellín of op een slaapzaal in Sydney elke keer vijf minuten kwijt aan zoeken. Met cubes, zakjes en een vaste indeling weet je na een paar dagen precies waar alles ligt.

Checklist: zo houd je je backpack onder controle

  1. Leg alles wat je wilt meenemen op bed.
  2. Haal er bewust 20 tot 30 procent weer uit.
  3. Verdeel je kleding in packing cubes per categorie.
  4. Stop zware spullen zo dicht mogelijk tegen je rug aan.
  5. Geef elk vak een vaste functie en houd je daaraan.

Als je dit een paar keer hebt gedaan, merk je dat inpakken en uitpakken in een hostel in Porto of op een boot naar de San Blas eilanden ineens een klusje van vijf minuten is. En dat is precies wat je wilt als je lang op reis bent.