56 items · 8 secties

Paklijst Camper

Een camper is huis en vervoer tegelijk, en dat maakt inpakken net even anders. Alles wat mee gaat krijgt een vaste plek, want in de eerste bocht schuift een los pak koffie zo door het gangpad. Daarnaast regel je onderweg je eigen water, gas en stroom, en telt elke kilo mee voor het laadvermogen.

Deze lijst is voor iedereen die met een eigen of gehuurde camper op pad gaat, van een weekend aan de kust tot een lange rondreis door Europa. Huur je een camper, kijk dan eerst welke inventaris er al in ligt, dan pak je niets dubbel. Vink af wat mee gaat en voeg je eigen spullen toe.

Voor wie: iedereen die met een eigen of gehuurde camper op reis gaat. Wanneer: het hele jaar, met het hoogseizoen van mei tot september. Let op: met rijbewijs B rijd je een camper tot 3.500 kg, en dat gewicht is inclusief bagage, water en alle inzittenden. Regel milieuvignetten en tolvignetten voor je route ruim voor vertrek.

Seizoen
Reisduur

Kies je reis en de lijst past zich aan. Verborgen regels tellen niet mee in je voortgang.

Documenten & geld

Voor je vertrekt

Camper & techniek

Water, gas en stroom

Veilig & gezond

Verplicht en verstandig

Keuken & voorraad

Koken onderweg

Slapen & binnen

Je huis op wielen

Kleding

Laagjes voor elk weer

Buiten bij de camper

Je eigen terras

Elektronica & vermaak

Stroom en ontspanning

Paklijst camper: eerst schrappen, dan slim indelen

Een camper oogt ruim, tot je alles voor twee weken in de kastjes wilt krijgen. Het echte inpakwerk zit daarom in weglaten. Kies voor zachte reistassen in plaats van harde koffers, want een lege tas vouw je op en schuif je in een bergvak, terwijl een koffer de hele reis ruimte inneemt. Eén tas per persoon is een prima uitgangspunt. Kleding gaat na aankomst toch in de kastjes, dus de tas is alleen voor het vervoer.

Deel de camper in op gebruiksmoment, niet op soort spullen. Wat je tijdens het rijden nodig hebt, zoals zonnebril, snacks en papieren, ligt in de cabine. Spullen voor buiten wonen bij de deur of in de garage achterin. Wat je zelden gebruikt, mag helemaal onderin of achter in een kastje. Antislipmatjes op de planken en een paar stevige kratten houden de boel stil, ook op een hobbelige bergweg.

Veel buitenmateriaal overlapt met een gewone kampeeruitrusting. Loop naast deze lijst dus ook de paklijst voor kamperen door als je stoelen, kooktoestel en luifelspullen bij elkaar zoekt. Zo zie je meteen wat je al in huis hebt en wat er nog mist.

Stroom en gas: weet wat waarop werkt

In een camper draaien twee stroomsystemen naast elkaar. De boordaccu levert 12 volt en houdt de basis draaiend, ook als je nergens bent aangesloten. Alles met een verwarmingselement vraagt 230 volt, en dat heb je alleen met walstroom. Zo ziet die verdeling er in de praktijk uit:

  • Op de boordaccu: verlichting, de waterpomp, usb-laders en de koelkast tijdens het rijden
  • Alleen op walstroom: waterkoker, föhn, elektrische kachel en het koffiezetapparaat
  • Op gas: koken, de verwarming en vaak ook de koelkast als je zonder aansluiting staat

Houd er rekening mee dat campingstroom in Zuid-Europa vaak begrensd is op zes of tien ampère. Waterkoker en kachel tegelijk aanzetten betekent dan een stroomstoring en een wandeling naar de zekeringkast. Een zonnepaneel houdt de boordaccu keurig op peil voor licht en telefoons, maar levert nooit genoeg voor apparaten die warmte maken. Zet je graag koffie zonder aansluiting, neem dan een percolator voor op het gasstel mee.

Gouden tip: boek voor vertrek één proefnacht op een camping dicht bij huis. Je test de gasflessen, de pomp, de verwarming en je eigen indeling, en alles wat je mist haal je de volgende ochtend gewoon even thuis op.

Camping, camperplaats of vrij staan

Waar je overnacht bepaalt wat er extra mee moet. Op de camping heb je stroom, sanitair en vaak een winkeltje, dus daar red je je met de basislijst. Camperplaatsen zijn de goedkope tussenvorm. Frankrijk heeft duizenden aires met water en een loospunt, en ook Italië kent met zijn sosta's een fijn netwerk. Sanitair ontbreekt er meestal, dus je gebruikt je eigen natte cel. Rijd je die kant op, kijk dan ook even in de paklijst voor Frankrijk of de paklijst voor Italië.

Vrij staan klinkt romantisch, maar mag lang niet overal. In Nederland is het vrijwel nergens toegestaan, en in Kroatië staan er stevige boetes op. In Scandinavië geldt het beroemde allemansrecht alleen voor wie zonder motor reist, al mag je in Noorwegen op veel parkeerplaatsen één nacht blijven staan zolang een bord het niet verbiedt. Bekijk de regels dus per land en zoek legale plekken via een camper-app.

Sta je regelmatig zonder voorzieningen, dan bepaalt de watertank hoe lang je kunt blijven. Reken voor drinken, koken en afwassen op zo'n tien liter per persoon per dag, dan weet je precies hoeveel nachten je vooruit kunt. Afvalwater en de cassette loos je alleen op een aangewezen loospunt, nooit in de natuur. Zo blijven de mooiste plekken ook voor de camperaars na jou open.

Inpakken per seizoen: hitte, buien en vroege vorst

In juli en augustus verandert een camper in de volle zon snel in een oven. Horren voor de dakluiken, een ventilator op 12 volt en een schaduwdoek onder de luifel maken de middag draaglijk. Parkeer als het kan met de koelkastkant uit de zon, want een absorptiekoelkast koelt merkbaar minder bij grote hitte. Doe boodschappen 's ochtends vroeg, dan hoeft de koelkast tijdens de heetste uren niet vol aan de bak.

In het voor- en naseizoen reis je rustiger en goedkoper, maar krijg je condens cadeau. Koude nachten en warme adem zetten de ramen 's ochtends vol druppels. Zet 's nachts een dakluik op een kier, hang natte jassen in de doucheruimte en leg vochtvreters in de kledingkastjes. Een extra deken en warme sokken maken de avonden meteen een stuk behaaglijker.

Ga je richting vorst, kijk dan eerst naar je gasflessen. Butaan houdt rond het vriespunt op met verdampen, propaan blijft ook bij strenge kou gewoon werken. Met winterbanden of sneeuwkettingen en een dikke slaapzak is de camper zelfs een prima uitvalsbasis in de sneeuw. Leg in dat geval de paklijst voor wintersport naast deze lijst.

Met kinderen of hond aan boord

Tijdens het rijden zit iedereen op een zitplaats met gordel, ook in een camper. Kinderen reizen in een passend kinderzitje, en dat kan alleen op een stoel of bank met gordels. Tel dus voor het boeken de gordelplaatsen, want niet elke zitbank achterin heeft ze. Rondlopen of onderweg even op bed liggen is verboden en gevaarlijk. Wat er verder mee moet voor de kleintjes, vind je in de paklijst voor vakantie met kinderen.

Een hond reist vast, in een bench of met een tuigje aan de gordel. Voor de grens heeft je huisdier een Europees dierenpaspoort, een chip en een geldige rabiësvaccinatie nodig. Pak verder een waterbak met antislip, een lange lijn voor op de camping en een oude handdoek voor natte poten in. En laat je hond op warme dagen nooit alleen achter in de camper, ook niet met een raam open.

Huurcamper: de overdracht en de eerste avond

Bij de meeste verhuurders zit de basisuitrusting al in de camper: servies, pannen, de stroomkabel, een waterslang en oprijblokken. De rest verschilt flink per verhuurder, en wat er ontbreekt merk je meestal pas als je op de eerste avond wilt koken. Deze dingen liggen er het vaakst niet in:

  • Beddengoed, hoeslakens en handdoeken
  • De eerste keukenvoorraad, zoals olie, zout, kruiden en koffiefilters
  • Een aansteker, afwasmiddel en theedoeken
  • Campingstoelen en een tafel, die zitten soms in een duurder pakket

Plan de ophaaldag ruim. De overdracht duurt zomaar een uur, en daarna wil je nog boodschappen doen en rustig inruimen. Leg krassen en deukjes bij vertrek samen met de verhuurder vast op foto's, dan sta je bij het inleveren nergens over te discussiëren. Zo begint en eindigt de reis net zo ontspannen als de weken ertussen.

Gouden tip: film de uitleg bij de overdracht met je telefoon. Hoe de gaskraan werkt, waar de cassette zit en hoe de verwarming aanslaat: op dag drie ben je het kwijt, maar het filmpje weet het nog.

Van de redactie

Drie dingen die ervaren camperaars altijd doen

Geef alles een vaste plek en doe voor elke rit dezelfde vertrekcheck

In een rijdende camper schuift alles wat los ligt. Geef daarom elke pan, fles en oplader een vaste plek in de kastjes en zet zware spullen laag, het liefst boven de assen. Loop voor vertrek altijd hetzelfde rondje: dakluiken dicht, stroomkabel los, oprijblokken mee, kastjes dicht. Dat vaste ritueel voorkomt de bekende klap in de eerste bocht.

Rijd een keer volgepakt over een weegbrug

Een camper tot 3.500 kg heeft vaak maar een paar honderd kilo laadvermogen, en daar tellen water, gasflessen, fietsen en alle inzittenden in mee. Te zwaar rijden is onveilig en levert bij een controle een boete op. Weeg de camper daarom een keer volledig ingepakt op een weegbrug. Grote kans dat er daarna een paar spullen thuisblijven.

Houd water en gas op peil

Vul de schoonwatertank bij als je ergens goed drinkwater tegenkomt en leeg het grijze water en de cassette bij elke gelegenheid, ook als het nog niet hoeft. Zo sta je nooit met volle tanks op een mooie plek zonder voorzieningen. Neem altijd een reserve gasfles mee, want een lege fles op zondagavond ruil je nergens om. Buitenlandse aansluitingen verschillen bovendien, dus een setje verloopstukken is geen overbodige luxe.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over de campervakantie

Naast je gewone vakantiespullen draait het om de camperbenodigdheden: oprijblokken, een CEE-verlengkabel, een waterslang met koppelstukken, gasflessen en toiletvloeistof voor de cassette. Verder pak je een complete keuken, beddengoed, campingstoelen en kleding in laagjes. Pak licht, want het laadvermogen van een camper is beperkt. Deze lijst zet alles per categorie op een rij.
Met een gewoon rijbewijs B mag je een camper rijden met een toegestaan maximumgewicht tot 3.500 kg. Vrijwel alle huurcampers en de meeste gezinscampers blijven daar bewust onder. Is de camper zwaarder, dan heb je rijbewijs C1 nodig. Check het maximumgewicht op het kentekenbewijs voordat je vertrekt.
Dat hangt af van het laadvermogen: het verschil tussen het lege gewicht en het toegestane maximumgewicht op het kenteken. Bij veel campers tot 3.500 kg blijft er maar een paar honderd kilo over, inclusief water, gas, fietsen en alle inzittenden. Rijd daarom een keer volgepakt over een weegbrug. Te zwaar rijden is onveilig en kan een boete opleveren.
Een gevarendriehoek is in vrijwel heel Europa verplicht, en in veel landen moet je ook een veiligheidshesje binnen handbereik hebben voor iedereen die uitstapt. Een verbanddoos is in meerdere landen verplicht en altijd verstandig. Daarnaast vragen sommige landen en steden om een tolvignet of milieuvignet. Check kort voor vertrek de actuele regels voor de landen op je route.
De klassiekers zijn de CEE-verlengkabel, de verloopstekker, oprijblokken en toiletvloeistof voor de cassette. Ook opladers, de reservesleutel en de koppelstukken voor de waterslang blijven vaak thuis. Leg deze spullen op een vaste plek in de camper en laat ze daar het hele seizoen liggen. Dan kun je ze niet meer vergeten.
Ja. Vink af wat je al hebt ingepakt, verberg de afgevinkte regels voor overzicht en voeg onderaan je eigen spullen toe, van een hangmat tot de mand van je hond. Daarna print je de lijst of stuur je hem naar jezelf, inclusief je toevoegingen.
Gratis & af te drukken

Neem deze lijst mee naar de camper

Liever met pen afvinken terwijl je de kastjes inruimt? Haal de complete camperlijst gratis op als nette PDF en print hem thuis even uit.

0%